Bestuurskrachtanalyse Leopoldsburg-Beringen: de resultaten

Het studiebureau Probis heeft voor Leopoldsburg een bestuurskrachtanalyse gemaakt. Het eindrapport werd voorbije woensdag voorgesteld aan de gemeenteraad. We vatten het graag voor je samen.

Samen met de DISV Noord-Limburg (een samenwerkingsverband tussen Bocholt, Bree, Hamont-Achel, Hechtel-Eksel, Lommel, Oudsbergen, Peer en Pelt) werd een bestuurskrachtanalyse opsgestart. Nadat de DISV na een tussentijds rapport in mei niet verder deelnam aan de bestuurskrachtanalyse, ging het studiebureau Probis verder met Beringen en Leopoldsburg om de mogelijke toekomstscenario’s tegenover elkaar af te wegen.

1. Waarom een bestuurskrachtanalyse?

De bestuurskrachtanalyse kwam er op initiatief van Leopoldsburg nadat deze gemeente eind vorig jaar een schrijven had gericht naar omliggende gemeenten om verdere samenwerkings-en/of fusietrajecten in kaart te brengen. De analyse werd uiteindelijk afgerond voor Leopoldsburg en Beringen.

Uit de analyse blijkt dat beide gemeenten financieel gezond zijn en vandaag nog voldoende bestuurskrachtig zijn. Zowel Leopoldsburg als Beringen staan evenwel voor een aantal toekomstige uitdagingen.

De vraag is in hoeverre beide gemeenten die toekomstige uitdagingen nog alleen aankunnen, dan wel hiervoor kijken naar ruimere samenwerkingsverbanden. Een bestuurskrachtanalyse is daarvoor het ideale instrument.

Beide gemeenten zijn thans reeds betrokken in verscheidene samenwerkingsverbanden zoals politiezones en hulpverlenings- en welzijnsverbanden. De bestuurskrachtanalyse nam ook deze huidige samenwerkingsverbanden onder de loep. Tevens vormt de analyse een goede basis voor de omgevingsanalyse die bij aanvang van een nieuwe legislatuur door gemeenten moet worden opgemaakt.

2. Met welke partner(s)?

Aanvankelijk heeft Probis de oefening gemaakt voor Leopoldsburg, Beringen en de DISV. Hun conclusie is dat Leopoldsburg en Beringen duidelijk verschillend zijn van de DISV op heel wat vlakken:

  • Ruimte: denk aan economische activiteit, ruimtebeslag, landbouw…
  • Demografie: denk aan vergrijzing, armoede, criminaliteit, welvaart, werk…

Vooral op demografisch vlak leunen Leopoldsburg en Beringen erg dicht bij elkaar aan. Dat maakt dat de uitdagingen voor de inwoners en dus ook voor het lokaal bestuur voor Leopoldsburg en Beringen ook meer vergelijkbaar zijn dan voor de DISV. Op basis van deze conclusies werd er in mei, na het verschijnen van een tussentijds rapport, al onderling beslist dat de DISV niet langer deel zou nemen aan de verdere stappen van de oefening.

3. Hoe zit het met de bestuurskracht van Leopoldsburg en Beringen?

In de eerste fase heeft Probis gesprekken en werksessies georganiseerd met de politiek en het management en heel wat cijfermateriaal doorgewroet om te zien hoe beide gemeenten er op dit moment voorstaan.

3.1. Vandaag

Hoewel zowel Leopoldsburg als Beringen vandaag voldoende bestuurskrachtig zijn, heeft elke gemeente te kampen met een aantal toekomstige uitdagingen:

  • Leopoldsburg is vandaag bestuurskrachtig en kan op korte termijn nog voldoende capaciteit aan de dag leggen om de bestaande opdracht te realiseren, evenwel mits enkele kanttekeningen:
    • Reeds duidelijk voelbare druk op de ambtelijke organisatie.
    • Het wordt moeilijker om gekwalificeerd en deskundig personeel aan te werven en een aantrekkelijke werkgever te zijn.
    • Steeds meer druk op de dienstverlening.
    • Te weinig ruimte om verder te werken aan de verdere professionalisering van de organisatie.
    • Druk op bovenlokale samenwerking omwille van de groeiende nood aan de ene kant, en eerder gefragmenteerde samenwerkingspartners en de beperkte interne ruimte voor opvolging aan de andere kant.
  • Beringen is vandaag een bestuurskrachtige organisatie en kan op korte en middellange termijn voldoende capaciteit aan de dag leggen om de bestaande opdracht te realiseren. Op lange termijn schatten we een daling van de bestuurskracht in omdat:
    • De hogere overheden taken verder zullen decentraliseren naar de lokale besturen toe. Hiervoor zal bijkomend personeel en bijkomende competenties nodig zijn. Het zal bovendien gaan om competenties die minder aanwezig zijn op de eigen werkvloer en in de markt zeer gegeerd zullen zijn.
    • De dotatie uit het Gemeentefonds niet in verhouding lijkt te staan tot de moeilijkheid die Beringen heeft om een landelijke ruimtelijke ordening af te stemmen op de verstedelijkte demografische en welzijnsuitdagingen.
    • Bovenlokale initiatieven meer en meer nodig zullen zijn om uitdagingen al dan niet gesubsidieerd aan te pakken
  • Omliggende gemeenten nemen in schaal toe, maar blijven vooralsnog kleiner dan Beringen.
  • Beringen zal enerzijds in casu vaak trekker in het verhaal blijven en interne capaciteit opofferen voor het grotere goed. Anderzijds zal Beringen minder kunnen gaan wegen op debatten op basis van de schaal.
  • Gemeenschappelijk voor Leopoldsburg en Beringen ziet Probis uitdagingen liggen in o.m. volgende domeinen:
    • onderhouden van aanbod en diversiteit op vlak van vrije tijd (cultuur, bib, sport/zwembad)
    • verbeteren en optimaliseren van gemeentelijk patrimonium
    • aanpakken van verstedelijkte welzijnsproblematieken
    • stimuleren van verbinding in een multiculturele en soms gepolariseerde gemeente/stad
    • doorontwikkeling van de interne organisatie
    • intergemeentelijke samenwerkingen in regionale context
    • het aanpakken van de vergrijzing en de bijhorende zorg voor ouderen en zorgbehoevenden
    • het terugdringen van de verhoogde cijfers in school-onwelzijn en het inzetten op jeugdwelzijn in een verjongde gemeente
    • omgevingsbeleid voor dichtbevolkte leefgebieden
    • het opwaarderen van woon- en leefkernen
    • het zoeken en vinden van de juiste subsidiering voor de uitdagingen die er liggen, vandaag en in de toekomst.

De belangrijkste conclusies:

  • Leopoldsburg en Beringen zijn op dit moment financieel gezond. Een fusie is financieel niet nodig.
  • Beide besturen moeten wel waakzaam zijn om ook toekomstige uitdagingen het hoofd te kunnen bieden.
  • Omwille van de kleine schaal merkt Probis dat Leopoldsburg de grenzen van zijn bestuurskracht gewaar wordt. Voor Beringen ligt dit moment verder in de toekomst.
  • Een fusie is vandaag niet aan de orde. Gelet op de gelijkaardige en gemeenschappelijke uitdagingen, kunnen beide gemeenten elkaars capaciteit wel versterken in die uitdagingen door een meer intense samenwerking.

3.2. En wat met de toekomst?

Zowel de administratie als de mandatarissen lijken meer en meer tegen de grenzen van de capaciteit en haalbaarheid te botsen. Zeker als hogere overheden meer taken willen overhevelen naar het lokale niveau, zal dat nog verergeren.

De bestuurskracht van Leopoldsburg zal de volgende legislaturen steeds meer onder spanning komen te staan. Leopoldsburg zal dit volgens Probis al in de volgende legislatuur ervaren, met name dan op het vlak van de ambtelijke organisatie aangezien sommige diensten in Leopoldsburg nu al onder druk staan. Beringen zou door haar omvang over meer bufferruimte beschikken. Niettemin valt te verwachten dat ook Beringen in de loop van de volgende legislaturen tegen de grenzen van haar bestuurskracht zal botsen.

Beringen en Leopoldsburg kunnen elkaar op elk van de capaciteiten versterken. Probis concludeert dat een structurele samenwerking/fusie tussen deze gemeenten een oplossing is om de toekomstige uitdagingen en (extra) taken van het lokaal bestuur aan te vatten. Elk bestuur kan sterker staan door deze samenwerking en kan zijn dienstverlening uitbreiden of optimaliseren.

4. Het financiële plaatje

In eerste instantie speelt hier de problematiek van het Gemeentefonds. In de huidige constellatie krijgen zowel Beringen als Leopoldsburg te weinig middelen vanuit het Gemeentefonds om hun huidige en toekomstige uitdagingen aan te gaan. De bestuurskracht van beide gemeenten wordt momenteel ondermijnd door een structurele onderfinanciering vanuit het Gemeentefonds. Of anders gesteld: de bestuurskracht van Beringen en Leopoldsburg zou er thans gunstiger uitzien als beide gemeenten konden rekenen op een substantieel hogere bijdrage vanuit het Gemeentefonds.

De huidige structurele onderfinanciering van beide gemeenten heeft uiteraard ook gevolgen voor een eventueel fusieverhaal in de toekomst. De schuldovername die de Vlaamse overheid bij een vrijwillige fusie belooft, zou een eenmalige bonus van 31.625.000 euro opleveren. 

Stel dat we voor de aanvullende personenbelastingen en de opcentiemen op de onroerende voorheffing telkens het laagste tarief van de twee gemeenten zouden nemen, dan betekent dit echter een minderinkomst van 1,75 miljoen euro per jaar. Er zou ook een meerkost van 146.000 euro per jaar zijn voor politieke mandaten. Voor de volgende legislatuur (6 jaar) zou dit dus uitkomen op een nadeel van 11,4 miljoen. Als we dat van die bonus aftrekken, houden we voor de volgende legislatuur nog 20 miljoen euro over.

Nog afgezien van de betoelaging in het kader van een eventuele fusie, dient hier ook de problematiek van het Gemeentefonds vermeld te worden. De nieuwe fusiegemeente zou ongeveer naar inwoneraantal dezelfde grootte hebben als Genk en Roeselare, beide centrumsteden. Hun jaarlijkse dotatie uit het Gemeentefonds bedraagt respectievelijk 37.096.191 euro en 33.876.844 euro. Als we die inkomsten vergelijken met de 12.334.581 euro die Beringen ontvangt en de 4.479.634 euro van Leopoldsburg, dan ligt die betoelaging 50-55% hoger dan die voor de nieuwe fusiegemeente.

5. De volgende stappen

De gemeentebesturen van Leopoldsburg en Beringen willen de Vlaamse overheid wijzen op het probleem met het Gemeentefonds. Het kan niet dat de nieuwe gemeente maar half zoveel middelen uit dit fonds zou krijgen als steden met een vergelijkbare grootte (65.000 inwoners). Dit maakt een verschil van zo’n 17 miljoen euro op jaarbasis. Als de Vlaamse overheid gemeenten wil stimuleren tot een fusie, dan moet daar ook een gelijkwaardige financiering tegenover staan.

De gemeentebesturen van Leopoldsburg en Beringen zullen na de zomervakantie samen kijken hoe de aanbevelingen tot samenwerking geïmplementeerd kunnen worden. Hoe die samenwerking er verder zal uitzien, zal dan ook mee afhangen van het antwoord van de Vlaamse regering.

Gepubliceerd op vrijdag 7 juli 2023 12.30 u.