Naar inhoud

Overlijden

Een overlijden moet je aangeven op de dienst burgerlijke stand in de gemeente waar het overlijden heeft plaatsgehad. Meestal wordt dit door de begrafenisondernemer gedaan, maar het mag ook gebeuren door familieleden of anderen.

Bij de aangifte heb je verder volgende documenten nodig:

    • het overlijdensattest (afgeleverd door de arts)
    • het trouwboekje van de overledene of van de ouders
    • de identiteitskaart
    • het rijbewijs
    • het reispaspoort
    • bij crematie ook nog: een aanvraag tot crematie, een attest van een beëdigd geneesheer, bij een verdacht overlijden de toelating tot crematie van de Procureur des Konings.
 

De gemeente waar de overledene het laatst woonde, onderzoekt of er een laatste wilsbeschikking werd geregistreerd.

De overlijdensakte wordt opgesteld door de gemeente waar de persoon overleed.

De toelating tot begraven wordt afgeleverd door de gemeente waar de overledene begraven zal worden.

Voor een vlot verloop, kan je hier al heel wat gegevens digitaal aan het gemeentebestuur bezorgen.

 

Op beide begraafplaatsen (Leopoldsburg en Heppen) kan een overledene begraven worden: 

  • zonder concessie 
  • in een concessie van 10, 20, 30, 40 of 50 jaar

Een concessie dient vooraf aangevraagd te worden voor een graf in volle grond, een nis in het columbarium en een urnekelder.
De betaling van de grafconcessie doe je na ontvangst van de factuur.

Na een crematie kunnen de assen: 

  • in het columbarium bijgezet worden (met of zonder concessie) 
  • uitgestrooid worden op een speciale weide op de begraafplaats
  • in een grondcolumbarium geplaatst worden 
  • in een bestaand graf bijgezet worden 
  • door een nabestaande mee naar huis genomen worden.

 

Hulp nodig?

Een overlijden brengt ook administratieve verplichtingen met zich mee. Voor hulp hierbij kan je je altijd wenden tot de dienst burgerlijke stand of het Sociaal Huis.

De sociale dienst kan je begeleiden bij de verwerking van je verlies en biedt ondersteuning bij administratieve problemen.